Autisme en sociale vaardigheden: een overwinbare strijd

Kandidaten begeleiden naar een duurzame arbeidsplaats. Dat is wat we doen. Daarbij gaan we niet uit van iemands beperkingen, maar juist van zijn of haar kracht. Ieder mens heeft immers dingen waar hij of zij minder goed in is. Dit betekent dat de jobcoach ook af en toe hulp inschakelt van andere professionals. Een van de opties is het inzetten van een psycholoog. 

 

Dianne Hofstee is als psycholoog in dienst bij Caprisma. Ze werkt onder meer met cliënten met autisme. Door het inzetten van korte, gerichte interventies werkt Dianne met de cliënt en de jobcoach aan het verbeteren van diens vaardigheden op de werkvloer. 

 

EEN AANWINST VOOR UW BEDRIJF

 

Oog voor detail, creativiteit, betrouwbaarheid, grote focus tijdens het uitvoeren van taken en niet te vergeten; een hoge mate van motivatie. Enkele kenmerken van mensen met autisme en bovendien belangrijke zaken voor de continuïteit van een bedrijf. Een punt van aandacht zijn meestal de sociale vaardigheden van deze doelgroep. Dianne: "Het voeren van gesprekken is een extreme sport voor mensen met autisme. Terwijl sociale vaardigheden juist skills zijn die je op de werkvloer hard nodig hebt, bijvoorbeeld bij het leggen van contact met je collega’s en het stellen van vragen als je iets niet begrijpt. Daar staat tegenover dat mensen met autisme over het algemeen heel goed in staat zijn om gestructureerd vaardigheden aan te leren, ook sociale vaardigheden. Door het inoefenen van deze vaardigheden kunnen ze uiteindelijk prima functioneren op de werkvloer." 

 

DE OORZAAK

 

Taal is al moeilijk genoeg voor iemand met autisme. Laat staan een gesprek voeren. Mensen zeggen dingen op verschillende manieren en een woord kan meerdere betekenissen hebben. In gesprekken komt het dus aan op intuïtie: het interpreteren van de gebruikte woorden, de toonhoogte, gebaren en de context. Voor de meeste mensen vanzelfsprekende nuances maar niet voor iemand met autisme. Mensen met autisme zijn juist gebaat bij regels en structuur en kunnen dichtklappen van spontane en onvoorspelbare gesprekken. Iemand met autisme is in principe bang om contact aan te gaan omdat hij bang is dat hij na het aangaan van het eerste contact niet meer weet wat te zeggen en ‘met de mond vol tanden’ staat. Contact vermijden of proberen van het gesprek af te zijn, is dan ook vaak een veilige weg voor mensen met autisme. Uiteindelijk werkt dit contraproductief voor de cliënt zelf maar zeker ook voor werkgevers op de werkvloer. Bijvoorbeeld wanneer iemand met autisme aangeeft dat hij begrepen heeft wat hij moet doen, terwijl even later blijkt dat dit niet het geval is. 

 

DE OPLOSSING

 

Om dit probleem bij de cliënt zelf helder te krijgen én aan te pakken, doe ik bijvoorbeeld oefeningen met de cliënt om uit te zoeken wat nu precies het nut is van een gesprek. Mensen met autisme richten zich namelijk sterk op het nut van dingen. Soms kan een gesprek puur gaan om het overdragen van praktische informatie. Maar een gesprek op de werkvloer kan natuurlijk ook een sociaal of samenbindend nut hebben. We gaan regelmatig in op de laatste vorm van gesprekken voeren. Vervolgens gaan we heel gericht oefenen in het aangaan en voeren van een gesprek. Dit doe ik door de cliënt het gesprek zo goed mogelijk te laten voorbereiden. Daarbij oefenen we hoe je een gesprek aanknoopt, welke vragen je stelt en met welke vragen je ervoor kunt zorgen dat het gesprek niet direct na het eerste antwoord ‘doodbloedt’. Het doel van een dergelijke interventie is de cliënt de vaardigheden én het zelfvertrouwen aan te leren, die hij nodig heeft om uiteindelijk uit zichzelf een gesprek te durven voeren. 

 

TIP VOOR WERKGEVERS: LEER NON-VERBAAL GEDRAG AUTIST LEZEN 


Het is belangrijk dat je ‘ruis’ voorkomt. Dit kun je doen door non-verbaal gedrag te lezen. Bijvoorbeeld als je aan een cliënt met autisme vraagt of hij het met een bepaalde beslissing eens is, dan kan het gebeuren dat de cliënt ‘ja’ zegt, terwijl hij eigenlijk ‘nee’ bedoelt. Dan is het goed om te weten op welke non-verbale signalen je kunt letten om te ontdekken wat de persoon in kwestie écht wil zeggen. Een tip hierbij is om terugkerende ‘tics’ te leren opmerken. Bij een te complexe situatie keren mensen met autisme namelijk vaak terug naar een simpele handeling in hun eigen wereld. Voorbeelden van ‘tics’ zijn opeens met de hand langs de keel strijken of onophoudelijk met de achterkant van een pen klikken. 

 

IEMAND MET AUTISME WEER IN HET 'NU' ZETTEN 


Dit 'overspronggedrag' is een signaal dat de cliënt zich ongemakkelijk voelt of dat de situatie te complex is op dat moment. De cliënt probeert zich uit die situatie los te maken. Het kan dan helpen om dit te signaleren en er rustig op door te vragen. Vraag bijvoorbeeld of dit écht is wat diegene bedoelt. Laat vooral ook stiltes vallen. Hierdoor krijgt iemand met autisme de ruimte om zichzelf wat meer te laten zien, hoe eng ook. Waarschijnlijk wordt het zo al wat makkelijker en veiliger voor een autist om te zeggen wat hij écht denkt. 

 

WETEN WAT WIJ VOOR UW CLIENTEN KUNNEN BETEKENEN? 


Bel ons gerust voor een afspraak, dan kijken we samen wat we kunnen doen.